Artikel uit BN/DeStem van 30-07-2005
Door Sanne Schelfaut
Zaterdag 30 juli 2005 - Voor de een is het de betovering van een natuurgebied, voor de ander het eigen stekje op een terras of sportveld. Veel West-Brabanders hebben wel zo’n favoriete plek: ze komen er tot rust of halen er herinneringen op. Plekken vol weemoed soms. In de komende weken vertellen West-Brabanders in tien afleveringen over die bijzondere plek in hun leven.

(Foto: Dick de Boer)
Vandaag Annemiek Buijs uit Stavenisse over hofstee Den Roosentuyll en de Oosterschelde.
Stavenisse. Volgens veel mensen het einde van de wereld maar voor Annemiek Buijs is het Thoolse dorp echt hèt einde. De van oorsprong Bergse woont sinds februari van dit jaar samen met haar man Ton in een eeuwenoude hofstee aan de Buurtweg. Hun erf grenst nog net niet aan de oevers van de Oosterschelde, maar veel scheelt het niet.
„We genieten van het wonen in het Nationaal Park Oosterschelde dat we vanuit onze achtertuin kunnen zien liggen. Vanuit onze slaapkamer zien we de zeilen van de boten en genieten we van spectaculaire zonsondergangen. Het is hier zo stil dat we de boten horen ronken, tussen de vogelgeluiden door.“ Ruimte, natuur, water en een hofstee die de komende jaren wordt aangepakt door de creatieve handen van Annemiek en Ton. Het echtpaar Buijs heeft hun woning de naam ‘Den Roosentuyll’ gegeven. Het heeft een historische betekenis want de hofstee diende in de zeventiende eeuw als buitenhof van Jonkheer van Tuyll van Serooskerken. De nieuwbakken Zeeuwse laat met trots Den Roosentuyll zien.
De voormalige paardendrinkplaats is door medewerkers van Stichting Landschapsbeheer Zeeland weer in ere hersteld en dient onder meer als kikkerpoel. Op veel plekken staan hagen die onder meer de moestuin scheiden van de bleek en om de hoek ligt een verborgen boomgaard. Ondanks dat het fruit nog niet rijp is, ruikt het heerlijk zoet naar appels, pruimen en peren. „En natuurlijk heb ik naast de fruitbomen de nodige rozenstruiken geplant, we moeten de naam van de hofstee eer aandoen“, lacht Annemiek. Ze laat een voor haar bijzondere roos zien; een leiroos uit 1912. „Mijn moeder heette Leida en speciaal voor haar is deze roos als eerste hier in de grond gezet.“ De enorme schuur was oorspronkelijk gepotdekseld maar na de Watersnoodramp zijn de voor Zeeland zo kenmerkende zwarte planken vervangen door bakstenen. De schuur is onderverdeeld in onder meer stallen, opslagruimten en een aardappelkoeling waar straks het atelier van Annemiek verrijst. Ze is lid van de Bergse Kunstkring Bosschaert en maakt onder meer tekeningen, schilderijen en kantkloswerk. „Leden van de kunstkring komen hier graag om te schilderen of te tekenen. We krijgen hier sowieso veel bezoek. Mensen vinden het heerlijk om van de natuur te genieten.“
Voor de schuur staat een voormalige bakkeet die Annemiek ook in ere wil
herstellen. „We willen zoveel mogelijk terug naar hoe het vroeger was. Een ander
voorbeeld: in de pronkkamer zaten achter het behang twee prachtige bedsteden met
luiken verstopt. We wisten niet hoe snel we het papier eraf moesten halen.
Trouwens, achter het behang waren kranten geplakt die uit 1897 dateren.“ Haar
huis en de schuur is eigenlijk één grote ontdekkingstocht. „De vloeren in de
schuur bestonden uit dikke lagen klei. We zijn gaan bikken en toen kwamen mooie
IJsselsteentjes tevoorschijn. Ach, je wilt niet weten wat we nog allemaal moeten
restaureren en opknappen. Deze plek verdient het ook. Door een rotte deur heen
zie ik nu al hoe het straks wordt.“ Het terugbrengen naar vroeger sferen, is
voor het echtpaar een stuk makkelijker geworden nadat ze via het streekmuseum De
Meestoof erachter kwamen dat een van de vroegere bewoners rond 1900 honderden
foto’s van de hofstee heeft gemaakt. „Die zijn bijna allemaal bewaard gebleven,
magnifiek.“
Voor het huis staat een waterput waaruit Annemiek bijna dagelijks water haalt
voor de planten. „Onder de grond waar we nu staan, zit een watercapaciteit van
20.000 liter.“
Annemiek raakt niet uitgepraat over Den Roosentuyll en de omliggende gebieden.
„Als we zin hebben, lopen we zo naar de dijk om uit te waaien en naar de
ondergaande zon te kijken. Dan lijkt het hier net het Caraïbisch gebied. Wij
hoeven voorlopig dan ook niet op vakantie.“
De Thoolse dichteres Eef Everaert schreef dit jaar een gedicht over de hofstee:
Tussen Camere
en dijken
drinkput en
een Zeeuwse heg
ligt onder vogelgezang
en klokgelui
van kerken
als een roos
in kleurig
tuylltje
de hofstee
vredig
ingebed.